1. Gestel

In hoofdstuk 1 wordt het gestel van de pickup gebouwd. 

1.1. Opbouw van het gestel, in het kort

1.2. Oefenen met de lintzaagmachine

1.3. Oefenen met de figuurzaagmachine

1.4. Aftekenen van de voorste wielkast

1.5. Aftekenen van de achterste wielkast

1.6. Zijwanden op elkaar en uitzagen

1.7. Wielkasten uitzagen 1

1.8. Wielkasten uitzagen 2

1.9. Stelblok op het bouwbord

Leg het stelblok op het bouwbord, speld het vast. De speldekoppen moeten niet boven het stelblok uitsteken.

1.10. Bodem op het stelblok

Leg de bodem op het stelblok. Zorg er voor dat de bodem overal buiten het stelblok uitsteekt. Gebruik aandrukhout en zet de bodem vast met spelden.

1.11. Over het lijmen 1: aanbrengen van lijm

1.12. De kopse kant van hout

1.13. Over het lijmen 2: lijm op de kopse kant

1.14. De voor- en achterwand aanbrengen

De voorwand en de achterwand zijn gelijk. Breng lijm aan op de voorkant van de bodem. Zet de voorwand op z’n plaats. Controleer of de voorwand niet aan één van beide kanten uitsteekt.

Gebruik een stelblok om de voorwand rechtop te zetten. Zet de voorwand vast met spelden.

Doe hetzelfde met de achterwand.

1.15. De zijwanden lijmen

1.16. Schuren van de hoeken

1.17. Schuren van de randen

2. Motorkap en cabine

In hoofdstuk 2 worden de motorkap en cabine gebouwd.

2.1. Op de lintzaagmachine op breedte zagen

2.2. Op de lintzaagmachine hout haaks afkorten

2.3. Op de lintzaagmachine haaks én op lengte afzagen

2.4. Vooraf: hout voor motorkap en cabine

Je krijgt een plaat balsahout. Van die plaat worden de onderdelen van de motorkap en van de cabine afgezaagd. Op de foto kun je goed zien hoe dat moet gebeuren.

2.5. Steun voor de motorkap zagen (1)

Zaag 3 repen af met een breedte van 15mm.

2.6. Steun voor de motorkap zagen (2)

Kort 2 stukken haaks af op 65mm.

2.7. Steun voor de motorkap lijmen (1)

Lijm het lange stuk tegen de voorwand. In dit geval hoeft niet overal lijm aangebracht te worden.

2.8. Steun voor de motorkap lijmen (2)

Lijm de twee korte stukken aan de zijwand. Schuif ze tegen de voorwand aan.

2.9. De motorkap (1)

Zaag van de plaat een stuk af met een breedte van 70mm. Drie randen van de motorkap kun je mooi afronden. Doe dat met een schuurblok en los schuurpapier.

2.10. De motorkap (2)

Lijm de motorkap op z'n plaats.

2.11. De zijwanden van de cabine, twee stukken afzagen

Zaag van de strook twee stukken af met een breedte van 70mm.

2.12. De zijwanden van de cabine in vorm zagen

Zaag van elk van de beide stukken een stuk af met een lengte van 50mm. Neem de sjabloon. Teken op beide stukken de schuine kant af. Zaag keurig op de lijn af. Doe dat op de lintzaagmzchine.

2.13. De zijwanden van de cabine lijmen

Lijm de twee zijwanden op hun plaats. Breng de lijm de lijm druppelsgewijs aan.

2.14. De achterwand van de cabine zagen en lijmen

  1. Zaag van de plaat een stuk af met een breedte van 50mm.
  2. Lijm de achterwand op z´n plaats.

2.15. De 'voorruit' van de cabine (1)

2.16. De 'voorruit' van de cabine (2)

  1. Rond de twee korte kanten aan één kant af.
  2. Lijm de voorruit op z’n plaats. 

2.17. De bovenrand van de voorruit

2.18. Het dak van de cabine (2)

  1. Zaag van de strook een stuk af met een breedte van 60mm.
  2. Lijm het dak op z’n plaats.
  3. Als de lijm droog, is schaaf dan de voorste rand van het dak.
  4. Schuur dan de dakranden met een schuurblok en los schuurpapier.

3. Velgen maken

In hoofdstuk 3 worden de velgen gemaakt.

3.1. Hoe zaag je haaks en op lengte?

Drie velgen hebben een zelfde dikte: 9mm. Eén velg is 12mm dik. Dat wordt een achterwiel. Die dikte is nodig om er een snaarschijf voor de aandrijving in te maken.

3.2. Vierkanten zagen

3.3. Gaten aftekenen en boren

Vergeet bij het boren niet boorsel te lossen.

3.4. Achtkanten aftekenen

3.5. Achtkanten zagen

Gebruik de lintzaagmachine.

Zaag van de vier vierkanten de driehoeken af. De achtkanten zijn dan klaar.

3.6. Werkstukken opspannen op de draaimachine, film kijken.

Je moet straks werkstukken op de draaimachine opspannen. Het is handig om van te voren te weten hoe dat gaat. Dat kun je op de volgende film zien. Verder hoef je niets te doen.

3.7. Het werkstuk inklemmen 1: de boorkop instellen

3.8. Het werkstuk inklemmen 2: een achtkant op de doorn

3.9. Het werkstuk inklemmen 3: de steunring gebruiken

3.10. Het werkstuk inklemmen 4: de boorkop spannen

3.11. De draaimachine instellen

3.12. Draaien, hoe gaat dat?

In deze film kun je zien hoe het draaien in z'n werk gaat. Je hoeft verder niets te doen.

3.13. Velgen draaien

De diameter van de velgen moet 30mm worden. Draai de dikke schijf als laatste. In die schijf moet een groef voor de ‘snaar’ gemakt worden. Probeer het. Lukt het niet, vraag dan de leraar.

Wat als de wielen niet eenzelfde diameter hebben? Zoek dan twee paren waarvan de diameters ongeveer hetzelfde zijn.

3.14. Velgen schilderen?

Als je de velgen een kleur wilt geven, en als je tijd hebt, dan is het handig om dat nu te doen, voordat de banden op de velgen gelijmd worden.

3.15. Banden snijden

3.16. Banden vormen zonder lijm

3.17. Banden lijmen

3.18. Een band op een velg

4. Voor- en achtertrein

In hoofdstuk 4 wordt de voor- en achtertrein gemaakt. 

4.1. Lagerplaten afzagen

Zaag van de strook triplex 3x15mm vier stukken haaks af, met een lengte van 29mm. 

4.2. De schuifmaat instellen

4.3. Asgaten aftekenen

4.4. Gaten boren

Boor in de vier stukken gaten met een diameter van 2,1mm (groen gemarkeerde boor).

4.5. Dwarsbalken haaks afzagen

De twee dwarsbalken hebben een verschillende lengte. De langste dwarsbalk wordt gebruikt voor de voorwielen. De kortere dwarsbalk wordt gebruikt voor de achterwielen.

  1. Zaag van de strip 15x15mm balsa een stuk af, haaks met een lengte van 62mm
  2. Zaag ook een stuk af met een lengte van 66mm.

4.6. Lagerplaten aan dwarsbalken lijmen

4.7. Achtertrein: het achterwiel met de snaarschrijf op een as

4.8. Achtertrein: het tweede wiel op de as

4.9. Voortrein

Maak de voortrein

5. Elektrisch

In hoofdstuk 5 worden de elektrische onderdelen aangesloten.

5.1. Batterij, motor en nog wat

Dit ga je maken.

De batterij zit een houder. Met een schakelaar kan de stroom in- en uitgeschakeld worden.
Hoe werkt het? We kunnen het ons zo voorstellen: de stroom vertrekt van de pluspool van de batterij, waar ze energie heeft gekregen. Dan gaat de stroom via de schakelaar naar de motor. In de motor geeft de stroom z’n energie af en gaat terug naar de batterij, daar krijgt de stroom nieuwe energie. Enz

Het snoer aan de pluspool van de batterij heeft een rode kleur. Het snoer dat aan de minpool komt is zwart.
De motor heeft twee soldeer-lippen. Eén er van is gemarkeerd met een +teken. Daar gaat de stroom de motor in. Aan die lip wordt het rode snoertje gesoldeerd. Aan de andere lip komt het zwarte snoertje. Als je de motor op deze manier aansluit dan draait hij, vanuit de motor gezien, rechtsom.

5.2. Batterij-houder, waar gaat het over?

De batterij zit een houder. De batterij-houder bestaat uit een houten ring. Zo noemen we dat. In die ring zitten twee messing plaatjes. Het plaatje dat de plus-pool wordt, wordt erin gelijmd. Achter het andere plaatje, de min-pool, komt een stukje rubber als veer. Die worden ook gelijmd. Je krijgt een ring.

5.3. Schuifmaat instellen

5.4. Messing contacten aftekenen

5.5. Messing contacten ombuigen

5.6. Het contactpunt voor de minpool

5.7. Hoe moet je solderen?

In deze film kun je zien hoe het solderen in z'n werk gaat. Je hoeft verder niets te doen.

5.8. Knippen en strippen (voorbeeld)

5.9. Knippen en strippen

  • Knip twee stukken rood snoer af. Eén stuk met een lengte van 8cm en één stuk met een lengte van 10cm.
  • Knip één stuk zwart snoer af, met een lengte van 7cm. Strip de einden.

5.10. Snoer aan contactpunt (voorbeeld)

5.11. Snoer aan contactpunt

  1. Soldeer een zwart snoer aan het messing plaatje met de deuk.
  2. Soldeer het lange rode snoer aan het andere messing plaatje.

5.12. Snoer aan schakelaar (1)

5.13. Snoer aan schakelaar (2)

Soldeer het korte rode snoer aan het middelste contact, Het lange snoer aan één van de buitenste contacten.

5.14. Batterijhouder maken

5.15. Snoer aan motor

6. Samenstellen

In het laatste hoofdstuk worden alle gemaakte onderdelen samengevoegd tot het eindresultaat.

6.1. Snaarschijf op de motor, vooraf

Dit is wat er gemaakt moet worden: een snaarschijf die op de motor-as geperst moet worden.

6.2. Vierkant zagen

Als je nog niet eerder met de lintzaag gewerkt hebt, of het vergeten bent, bekijk dan eerst 1.2, 2.1, 2.2 en 2.3

Neem de strook multiplex 6x9mm. Zaag op de lintzaagmachine een vierkant af van 9x9mm.

6.3. Gat boren

Leg de kleine machineklem op de kop op een vlakke ondergrond. Schuif het vierkant tussen de bekken. Hou het vierkant met een staaldraad neergedrukt en hou ook de klem aangedrukt. Draai de klem aan. Als je het gevoel hebt dat je een hand te weinig hebt, vraag dan hulp.

Neem de boor met een diameter van 2,1mm. Span hem in. Door goed te kijken kun je het gat redelijk in het midden krijgen. Druk niet te hard, vergeet ook niet een of twee keer het boorsel te lossen.

6.4. Vierkant opspannen

6.5. Snaarschijf draaien (1)

6.6. Snaarschijf draaien (2)

6.7. Snaarschijf op de motor-as (1)

6.8. Snaarschijf op de motor-as (2)

6.9. Uitsparing voor de schakelaar

6.10. De voortrein lijmen

Lijm de voortrein zoals op de foto.

6.11. De achtertrein lijmen

Lijm de achtertrein zoals op de foto.

6.12. De motor plaatsen

Doe een elastiekje om de beide snaarschijven, met een beetje spanning. Teken af waar de motor moet komen. Let er daarbij op dat de snaarschijven mooi uitgelijnd zijn.

Schuur een van de vlakke kanten van motor. (De lijm hecht dan beter). Gebruik witte lijm. Hou de motor op z’n plaats aangedrukt. Gebruik spelden om de motor op z’n plaats te houden.

6.13. De batterijhouder plaatsen

Bekijk waar de batterijhouder moet komen. Lijm de batterijhouder op z’n plaats.

6.14. De schakelaar plaatsen

6.15. Rijden

Doe een elastiekje om de spaarschijven, een batterij in de houder en je kunt rijden.

6.16. Schilderen

Als je nog tijd hebt dan kun je je pick-up nog mooi schilderen.